Het zuiden

De meest bekende regio is het zuiden. Dit is de meest droge en zonnige regio en daarmee ook de meest toeristische regio. Iedereen heeft wel eens gehoord van Playa del Inglés, een typisch toeristenoord waar weinig authenticiteit te vinden is, maar wel lange zandstranden en een groot aanbod aan restaurants, café´s en discotheken. Ik heb het altijd vreemd gevonden dat deze horecagelegenheden geconcentreerd zijn in een aantal zeer karakterloze shoppingcenters. Eind jaren zeventig was er werkelijk een toerismeboom waarmee de pijlers voor het massatoerisme zijn gelegd. En eerlijk is eerlijk, Playa del Inglés is nu toch wel een beetje vergane glorie. In de loop van de tijd zijn er aan de zuidkust echter een stuk meer toeristenoorden uit de grond gestampt welke duidelijk met de tijd zijn meegegaan en ondanks het hoge toeristische gehalte ook veel aantrekkelijker zijn. Het is hier even wat meer zoeken, maar toch zijn er ook in deze regio prachtige plekjes te vinden.

Misschien niet een bijzonder strand, maar wel het strand waar ik de meeste tijd heb doorgebracht is Las Burras bij San Agustín. Met een grote groep vrienden huurden we hier elke zomer een aantal appartementen gedurende enkele maanden. Hier waren we dan ook de meeste weekenden en andere vrije dagen te vinden. Van de gehele zuidkust heeft San Agustín misschien wel het minste zon en de meeste wind dus heel veel toeristische voorzieningen zijn er niet, met uitzondering van het luxe Hotel Don Gregory met uitzicht op het strand en de zee. Het strand is voornamelijk geliefd bij Canariërs, alhoewel er ook een kleine zone is waar ligbedden te huur zijn. Soms is de zee spiegelglad en zie je de vissen onder je door zwemmen, maar vaker is de zee hier wat ruw met soms hoge golven en af en toe ook flink wat algen. Desondanks is het enorm gezellig met Canarische families die uitgebreid picknicken onder hun parasols terwijl de kinderen in het zand spelen. Hele gerechten worden uit de tas getoverd met natuurlijk een ijskoud biertje uit de grote koelboxen.

Toeristisch maar absoluut de moeite waard zijn de uitgestrekte zandduinen van Maspalomas, oftewel de Dunadunas de maspalomas rode gloeds de Maspalomas. Het mooiste uitzicht heb je vanaf het uitkijkpunt aan de andere kant van Hotel Riu Palace aan het einde van de Avenida de Tirajana. De combinatie van de zandgele duinen met de blauwe zee erachter zorgt voor een superfotogeniek landschap. En natuurlijk is het fantastisch om na de fotosessie je slippers uit te schoppen en door het zand omhoog te ploeteren, over de randen te balanceren en van de hoge hellingen af te springen. Let wel op dat je op een zonnige dag pas aan het einde van de middag gaat, anders is het zand veel te warm om erop te lopen!

Als je helemaal doorrijdt naar het zuidwesten, kom je uiteindelijk in Puerto de Mogán, een schattig en kleinschalig vissersdorp. Het staat op de lijst van Unesco en daarom is hoogbouw niet toegestaan. Gelukkig maar, want daardoor heeft het echt haar charme behouden. Er zijn nauwelijks hotels, maar wel kleine straatjes met gekleurde bloemen, souvenirwinkeltjes en een haven waar de meest indrukwekkende jachten liggen. Er is ook een klein strandje aan een baai met spiegelglad helder water. Perfect voor golfschuwe mensen zoals ik. De boulevard aan dit strandje kent de typische toeristenrestaurantjes zoals ze in alle toeristenoorden te vinden zijn. Niet echt de moeite waard dus. Gelukkig heb ik de absolute parel om te eten wel gevonden. Bekijk hier de restauranttip.